Special Article:Léonie Van Den Haak

Léonie Van Den Haak
Léonie Van Den Haak
Alice in Wonderland

Op de valreep van het oude jaar is het natuurlijk tijd om terug te kijken op wat geweest is. Om de cijfer-fetishisten gerust te stellen hier de feiten:

In 2015 heb ik totaal 7344.6 kilometer gelopen met een gemiddeld tempo van 5:20 min/km. Ik deed dit verdeeld over 271 loopjes en dat maakt een gemiddelde afstand van 27km per loopje met een gemiddelde hartslag van 136. Ik liep 1 parcoursrecord (10 uur 47 minuten) tijdens de 120km van Texel, werd 3e tijdens de 221km lange Ultrabalaton op een tempo dat ik toen nog niet voor mogelijk hield (22 uur 34 minuten) en liep m’n frustratie over de halve Spartathlon eruit met een Nederlands record (74.548km) op de 6 uur. Maar als je me nou vraagt wat voor mij nou het belangrijkste is dat ik heb gedaan in 2015 dan moet ik je toch antwoorden dat het dit jaar niet om de cijfers en feiten ging. If anything is dit het jaar waarin ik meer dan ooit heb geleerd dat keihard trainen alleen geen garantie biedt op succes. Keihard genieten daarentegen levert me regelmatig mooie avonturen op.

PAASEILAND

Met een voorbereiding die nog helemaal niet op een voorbereiding leek was ik toch gezwicht voor die inschrijfknop voor 2 rondjes Texel met Pasen. Hoewel ik inmiddels zowel linksom als rechtsom weet hoe het rondje loopt stond ik dus toch weer op het onchristelijke tijdstip van 4.35 met m’n headlight klaar om me tot 2 keer toe te realiseren dat die vuurtoren maar tergend langzaam dichterbij komt als je er op let. De les die je hieruit dient te trekken: niet op dat ding letten dus. Gewoon lekker lopen, beetje ouwenelen met wat meefietsers en die 4 stukken strand voor lief nemen. Als dan ook je horloge het nog begeeft en je dus geen idee hebt van tijd danwel afstand is het grote genieten compleet. Niks anders om je druk over te maken dan het leuk hebben met jezelf. En als je dan per ongeluk best wel snel weer over die finish vliegt en er staat een heerlijke koude Skuumkoppen voor je klaar dan kan je toch niks anders dan concluderen dat dit is hoe het moet zijn. De toon was gezet voor dit jaar. Of toch niet?

SNEL GEDOE

Met een voorbereiding die iets serieuzere vormen had aangenomen stond ik aan de start van de grote generale repetitie voor het echte werk later dit jaar. 221 kilometer om een meer heen hollen ergens in Hongarije. Met een strak blauwe hemel en zo’n 30 graden ideale omstandigheden voor dit blondje. Nu alleen nog onthouden dat ik rustig moest starten en zoveel mogelijk om me heen moest kijken onderweg. Zo vaak loop je dit rondje tenslotte ook weer niet. De voorbereiding verliep niet helemaal vlekkeloos, maar eigenlijk ook weer wel. Met een hele berg aan voorgeschreven kilometers lukte het me niet altijd om de doordeweekse sessies op het gewenste tempo af te werken. Gevalletje ‘ik vind eigenlijk geen zak aan dat snelle gedoe en loop liever een dagje en nachtje rustig door met m’n rugzak.’ Maar goed, van alleen maar lang en langzaam lopen word je niet sneller en ik had het vermoeden dat ik toch best aardig snel lang kon lopen als ik me er eens kwaad om maakte. Toch berustte ik in het feit dat een enkele training niet hard genoeg ging. Ik had het vertrouwen dat ik zelf het beste wist wat ik aankon en bovendien vertrouwde ik erop dat het in het grote geheel niet zoveel uitmaakte. Het resulteerde in een voorbereiding waar ik met plezier op terugkijk en een hele mooie tijd tijdens dat rondje om het meer. Terugkijkend was dit ook het keerpunt waar de prestatiedrang het overnam van het plezier. 

THIS IS NOT SPARTA

In de maanden die volgden ging het om puntjes op de i zetten. De vorm die ik om dat meer in Hongarije had meegesleurd ook mee zien te nemen naar Griekenland. Alles wat ik dit jaar had gedaan en vooral had meegemaakt vergat ik voor het gemak. Het ging nog maar om 1 ding: die magische 246km. Het feit dat ik terugging na de prachtige ervaring in 2012 was natuurlijk een weloverwogen doch risicovol besluit. Want het zou nooit zo worden als toen. En dat hoefde ook niet. Ik riep om het hardst dat ik terug ging zonder verwachtingen, maar ik nam mezelf zo ontzettend in de maling. Ik wilde maar 1 ding: meer, mooier en beter dan de vorige keer. Ik had er tenslotte keihard voor getraind. Ik wilde het zo graag.

De kilometers vlogen me om de oren in de laatste maanden. De tempo’s haalde ik allemaal met 2 vingers in m’n neus. Ik liep de ene training nog harder dan de andere en wilde elke keer weer sneller lopen dan de vorige keer. Ik had m’n eigen trainingscompetitie gemaakt. 2 weken voor de start in Athene liep ik zelfs nog een 100km in 8 uur en 34 minuten. Slechts 6 minuten langzamer dan m’n eigen Nederlandse Record op die afstand. En dat met een paar ribben en borstbeen die in de kreukels lagen. Negeren die handel want ik moet naar Sparta en ik ben onoverwinnelijk! Ik had er officieel alles aan gedaan om zo optimaal mogelijk aan de start te staan, verslond de trainingen alsof het Big Macs waren en heb terwijl ik het deed helemaal vergeten om af en toe even een sense check te doen. Wat vond m’n lichaam er eigenlijk allemaal van? En nog belangrijker: m’n hoofd? We weten allemaal hoe het is afgelopen, maar ik ben ervan overtuigd dat ik mezelf in die maanden tussen Hongarije en Athene eigenhandig heb klaargestoomd voor deze mislukking. Die hond was een vervelende bijkomstigheid, het kotsfestijn ook. Maar als je echt graag wil houden die dingen je niet tegen. Ik was gewoon knetterbang om te falen, en dus faalde ik. Sparta was mijn Waterloo.

THIS IS SPARTA!

Met een onmogelijke lading frustratie en wraakgevoelens moest ik even heel erg nodig dingen met mezelf uitzoeken. Het gevoel van oneerlijkheid dat ik er zoveel voor had gedaan en er niets voor had gekregen moest ik relativeren. Maar hoe doe je dat? In m’n nog relatief korte ultra-carriere had ik nog nooit zo’n duik in het ravijn voor m’n kiezen gehad. Heus wel eens een teleurstellinkje hier en daar, maar deze was hors categorie. En ik wist gewoon echt even niet hoe ik in godsnaam weer daarboven moest komen. De oplossing: even niks moeten. Er zijn wat dagen en avonden geweest dat ik nul zin had om ooit nog te lopen. Maar er waren evenzoveel dagen dat ik niks liever wilde dan lopen. En dan deed ik dat. En dat voelde goed. Langzaam maar zeker sprokkelde ik met de kilometers ook weer de moed bij elkaar om Sparta een plekje te geven. Om er uberhaupt weer aan te durven denken en me te realiseren dat ik het allemaal zelf in de hand had. Dat ik nooit moet vergeten dat ik dit doe omdat ik het leuk vind. En natuurlijk is het fijn om na hard werken af en toe op een podium te klimmen, maar het is geen zak waard zonder dat je ervan kunt genieten. 

Iemand vroeg me laatst wat m’n mooiste loopervaring is van het afgelopen jaar. Ik antwoordde niet m’n parcoursrecord op Texel, niet die 3e plaats in Hongarije, ook niet dat Nederlands record op de 6 uur. Ik antwoordde m’n tochtje van Amsterdam naar Kampen op een random zaterdag. Niet omdat het zo hard ging, maar omdat ik daar weer voor de volle 100% kon genieten van het lopen. 130 kilometer met m’n rugzak op pad omdat ik er zin in had. Niet omdat het moest. 

WONDERLAND

Langzaam maar zeker komt het plezier in het lopen terug en ben ik bezig om te begrijpen waarom het in Griekenland zo ging als het gegaan is. Ik loop als ik zin heb en let niet op hoe hard het dan moet gaan. Ik heb weer lol in het uitzoeken van nieuwe loop-avonturen en kies heel bewust dingen die me nieuwe ervaringen gaan opleveren. Ik ga niet op zoek naar revanche in Griekenland. Nog niet althans. Tot het moment dat ik oprecht zonder verwachtingen daar weer aan de start kan staan heb ik er niks te zoeken. Ik loop inmiddels weer aardig wat kilometers. Gewoon omdat ik er zin in heb. Deze week bijvoorbeeld met m’n rugzak op 5 dagen achter elkaar hetzelfde rondje van 42.2km en toch elke dag weer nieuwe dingen ontdekken. Dat is waar het om gaat. ‘If you don’t know where you are going any road can take you there’ schreef Lewis Carroll al eens. En laat hij nou ontzettend gelijk hebben. Deze blonde Alice is back, en er wachten heel veel mooie wegen in 2016. Eens kijken waar ze uitkomen.